Een mannetje meer

Al weken hing hij boven de agenda: de uitwedstrijd bij Gruno. Gaat hij door of niet? De vakantie was begonnen, de koffers stonden in de gang en de selectie dunde uit als de haardos van menig OZW-er. Maar bij een club met maar twee elftallen weet je één ding zeker. Komt het ene team een mannetje tekort, dan brengt het andere team een mannetje meer: zo gaat dat bij OZW.

Ook ondergetekende stond eigenlijk niet op het lijstje. Al een tijdje loop ik rond met een gekneusde rib, zo’n blessure waarbij lachen, hoesten en ademhalen ineens zwaar overschat blijken. Maar met zo weinig man; thuisblijven voelde niet goed. Een mannetje meer is een mannetje meer, ook als dat mannetje piept bij het strikken van zijn veters. Dus zondagochtend toch de tas gepakt, strip paracetamol erbij. Bij de deur nog de vraag van mijn vrouw: “Weet je het zeker?” Nee, maar ik ging. Onderweg naar Gruno kwam het met bakken uit de hemel en zwoegden de ruitenwissers op standje paniek. Het leek wel alsof ook het weer nog even wilde vragen of ik het echt zeker wist.

In de kleedkamer bij Gruno zaten de reddende engelen al klaar: Marnix, Tox, Sander, Heugens, Dennis, Ad en Bonne, overgekomen uit het tweede. Geweldig; zelfde shirt, zelfde club. Voor Bonne was het meteen zijn afscheidswedstrijd: hij ruilt Sportpark West-End een half jaar in voor palmbomen en een tropisch klimaat. Dat hij zijn laatste zondagochtend in Groningen gebruikte om ons uit de brand te helpen, zegt genoeg. Bonne, geniet ervan. Wat een vereniging.

En dat terwijl het dit seizoen best lekker loopt. We zijn begonnen met een nieuw plan: in de opbouw zakt een middenvelder in tussen de verdedigers, zodat we achterin een mannetje meer hebben en rustig van achteruit kunnen opbouwen. Op papier simpel, in de praktijk verrassend effectief. Negen punten uit drie wedstrijden. Je zou bijna gaan denken dat we weten wat we doen.

Toen sloeg het noodlot toe, nog voordat de scheidsrechter had gefloten. Tijdens het positiespel in de warming-up ging Heugens vol overgave een duel aan, raakte kolderiek het achterbeen van Tox en schoot het daarbij in zijn eigen kuit. Nog geen minuut gespeeld en al de eerste blessure, in een rondootje nota bene. Extra zuur, want Heugens doet het altijd goed bij ons en had er zoveel zin in. Balend en hinkend terug naar de kleedkamer. Bonne schoof door naar de basis en de rekensom klopte weer: eentje minder, en toch weer een mannetje meer.

Marnix had me voor de wedstrijd al gewaarschuwd: “Vandaag ben ik het mannetje meer.” Onze keeper voor een dag, met meer balgevoel in zijn kleine teen dan de rest van ons in twee voeten, een scheenbeschermer en een goede dag. Met al zijn ervaring brengt hij zoveel mee dat ik dat direct weer onderschatte. Een keeper die meedoet in de opbouw: iets wat we niet gewend zijn, en dat merkten we. We stonden lager in de opbouw, kwamen minder goed op de helft van Gruno en speelden stroever dan een kleedkamerdeur in november. Toch kregen we gaandeweg het betere van het spel. Een uitgeslagen bal, lastig te timen (nou ja, kon ook wel beter), kopte ik hoogstpersoonlijk tegen de onderkant van de lat. Binnen. Zelfs Gruno gaf het toe: goal. Alleen de grensrechter dacht daar anders over en stak zijn hand omhoog met een stelligheid waar een jurist jaloers op zou zijn. Het zou niet zijn laatste optreden van de ochtend zijn.

We bleven stroef, maar hadden een licht overwicht. En dan gaat het zoals het vaak gaat: een vrije trap van Gruno, Marnix kan hem niet meer keren en pardoes staan we met 1-0 achter. Ook het mannetje meer is maar een mens.

Na rust kwamen Ad en Sander erin en kantelde de wedstrijd. Marnix ging vanuit het doel het spel verdelen zoals een echte man extra dat doet, het veld werd groter en wij gingen het beter bespelen. Het was niet altijd even fraai, maar aan werklust geen gebrek.

Ondertussen begon de paracetamol aan zijn pensioen. Vanaf links legde ik terug op Erwin, die schoot, en uit de kluts was Mo er als de kippen bij. 1-1.

Een kwartier later de tweede. Dennis gaf een prima voorzet op Mo en mij. Twee man op één bal, ook een vorm van een mannetje meer. Mo kopte hem keurig binnen, zijn tweede van de dag, al ramde ik hem bijna omver in mijn enthousiasme. De rib kon me op dat moment gestolen worden. Hier kom ik voor naar voetbal: om het met elkaar voor elkaar te boksen.

Vijf minuten voor tijd mocht Wim alvast gaan douchen. Voor de zoveelste keer stond hij niet buitenspel, voor de zoveelste keer ging de hand omhoog, en toen was het voor Wim even op. Goedpraten doen we het niet, in het amateurvoetbal houden we het met elkaar leuk, ook met de man langs de lijn. Maar begrijpen? Dat doen we wel. Over Gruno niets dan lof: een leuk, positief en sportief team. Zo eindigden we de wedstrijd met een man minder, maar het voelde alsof we er een mannetje meer hadden.

Na afloop bleek het mannetje meer nog niet klaar. Terwijl wij nog nagenoten in de kleedkamer, bood Ad uit het tweede aan om de ballen en hesjes even naar ons eigen clubhuis te brengen. Eerst een zondagochtend inleveren om ons te helpen, en dan ook nog de sjouwploeg zijn. Wat een gouden kerel.

Eindstand 1-2. Twaalf punten uit vier wedstrijden. Het was voor het eerst niet helemaal top, maar wel gewonnen. De passie bij OZW blijft mooi om te zien, en de manier waarop we elkaar helpen nog mooier. En o ja, nu ik dit zo typ, meldt de rib zich weer behoorlijk. Maar als ik bedenk dat we vandaag een mannetje meer hadden, valt dat gevoel best mee.

Uw middenvelder, met een rib uit zijn lijf.

PS: Lieve vrouw, ik wist het zeker.