Ik ben voetballer!
november 15, 2021
 
4 mei. Sowieso altijd al een rare en beladen dag, vind ik. Op het werk was het helemaal een belachelijke en drukke dag geweest, waar eigenlijk niets ging zoals het moest, waardoor er nogal wat herstelwerk nodig was. Juist na zo’n dag vind ik trainen heerlijk. Even wat frustratie eruit en bij OZW weet je tenminste altijd wat je krijgt en is het lekker voorspelbaar. Trainen = partijtje. Punt. Je weet waar je aan toe bent.
 
 
Dus na twee minuten stil zijn en stilstaan bij het feit dat we ons toch ongelofelijk mogen prijzen dat we überhaupt zonder zorgen kunnen trainen op naar de kantine. Daar zie ik zes anderen. Wel geteld één van mijn eigen team, maar Dré bleek alleen gekomen te zijn om de kantine open te doen. Drie tegen drie lijkt me wat al te gortig, dus ergens begint al de acceptatie dat trainen er vanavond niet in zit.

Daar blijken Paul, Mario, Mark, Marcel en Arjan Blaauw toch net iets anders over te denken. ‘We gaan wel trainen toch, kunnen wel wat afwerkoefeningen doen. Mark is er toch.’ Tja, dat klopt natuurlijk wel. We zijn er nu toch. Ach wat rustig afwerken op de goal is ook wel lekker. Beetje schieten kan ik nog wel. Dan valt niet beslist op dat, laat ik het voorzichtig zeggen, misschien niet technisch de meest begaafde van de zes ben.

Ik had wel kunnen weten dat het natuurlijk zo niet gaat, dit was wel een tikkeltje naïef. Onder leiding van Arjan ‘begonnen we simpel en rustig, maar wel het tempo er in houden.’ Als je met vijf man moet afwerken en van naast de goal passes moet geven, moet je wel aardig doorlopen om dat tempo hoog te houden. Als er dan ook nog een element aan toegevoegd wordt: ‘Als ‘ie niet tussen de palen is, even een sprintje naar de achterlijn’, weet je dat het rustig afwerken niets wordt. Scheelt nog dat bij mij wel de meeste tussen de palen gingen.

Al snel komt het één-tweetje, waarbij je wel even moet sprinten om wel direct op positie te staan om dat één-tweetje aan te gaan. En verzaken is er niet bij, want dan krijg je meteen op je donder. Daarna moet je een vallende bal geven. Even schiet een goede woordgrap door mijn hoofd, maar al weer te laat, want ik moet die vallende bal al geven. Laat maar dan, dan deel ik mijn humor wel niet. Enige vermoeidheid begint op te treden, dus misschien is dit wel een mooi moment om er even een bal over heen te schieten, zodat ik even rust kan pakken om die te zoeken. Nee hoor, dat heeft niets met mijn eerder genoemde gebrekkige techniek te maken. Even later hel ik over de sloot met enig risico voor een nat pak om die bal uit de sloot te halen. Oké, het was niet gepland, zeker niet zo.

Als huzarenstukje werken we met voorzetten, waarbij degene naast de goal, passt naar degene die op zo’n 20 meter staat. Die geeft een pass naar de zijkant. Dan gaat degene die naast de goal stond in een boogje naar ongeveer de zestien meter om zich dan te positioneren bij de tweede paal, terwijl die ander die de bal naar de zijkant gaf zich positioneert bij de eerste paal. En dan komt dus die voorzet. Bent u er nog?

Je begrijpt, dat idee van even een lekker voorspelbaar partijtje, waar eigenlijk alleen maar de laatste goal er toe doet, daar was niet bepaald sprake van. Trainen is trainen niet meer. Maar ik kwam heerlijk voldaan en redelijk kapot thuis. Dus het was niet waar ik me op ingesteld had, maar ik wel zeggen, ik heb echt heerlijk getraind!

HV