Van de voorzitter
september 8, 2021
 
Identiteit is best iets geks. Je wordt natuurlijk vooral gevormd door wie je bent. Ik ben toch vooral Hedzer. Maar daarnaast en daarbinnen ben je nog wel wat meer. Zo ben ik ook vader. En ik ben de vriend van Bernadette (dat trouwen is en zal er niet van komen). En hier zullen natuurlijk best wat van vinden, maar ik ben ook Fries. Ook dat maakt onderdeel uit van mijn identiteit. En ik ben grappig. Oh nee, dat ging over iemand anders. Nou vooruit, ik ben ook penningmeester. Ik ben orthopedagoog en zo kan ik nog wel even doorgaan.
 
 
Toch werd daar al weer ruime tijd geleden wel een stukje van die identiteit afgenomen. Toen de arts tegen me zei dat voetballen er niet meer in zou zitten en waarschijnlijk hardlopen ook niet meer, nadat ik weer bij hem terecht gekomen was vanwege een slepende blessure van de aanhechting van de achillespees aan het bot in de hak. Nadat ik wederom een aantal shockwave-behandelingen gehad had (die behandelingen zijn inderdaad zo vervelend als ze klinken), die geen positief resultaat lieten zien, werd er mij aanbevolen de “voetbalcarrière” achter me te laten.

In eerste instantie besloot ik er maar in mee te gaan. Immers, ik was nog zo veel meer dan voetballer en je mag blij zijn met wat je hebt. Maar al gauw merkte ik dat het écht onderdeel zijn van een team en het spelletje toch wel erg miste. Dus toch een second opinion bij de arts gevraagd. Aan de slag met een fysiotherapeut met oefeningen en stapje voor stapje opwerken en de spieren sterker maken. De eerste keer hardlopen was al winst. En het veld kwam ook weer in zicht.

En toen kwam er iets, het was geloof ik iets met een c, maar helemaal zeker weet ik het niet meer. Wellicht heeft u er wel eens van gehoord. Maar goed, ik zou toch eerst sowieso weer moeten trainen. En bij de tweede training op anderhalve meter (dat hadden we toch ook nooit van tevoren verzonnen dat er zoiets zou kunnen bestaan) scheur ik een spier in de lies af. Tja, er werd toch geen competitie gespeeld. Dus toewerken naar weer in de loop van de competitie van 2020/2021 weer minuten maken. Maar tegen de tijd dat ik weer überhaupt kon denken aan trainen, lag alles alweer stil.

Maar gelukkig ben ik nog jong. En dus was het dit seizoen tegen Forward eindelijk zo ver. Mijn eerste wedstrijdminuten sinds drie seizoenen. Op kunstgras, dat wel. Maar ik heb nog nooit zo genoten van een uur lang achter een 20-jarige kakker aan rennen. Daarna Stadspark uit (ook weer op kunstgras), maar daar was het na nog geen 15 minuten klaar. Een verrekte hamstring. Ook fijn dat als je dan thuiskomt en klaagt: “Ik was potverdrie (het kan zijn dat het een iets ander woord was) vroeger nooit geblesseerd.” dat je, overigens 5 jaar oudere, vriendin, die tevens ook nog fysiotherapeut is, reageert met: “Tja, ook jij wordt wat ouder en die spieren houden het dan gewoon wat minder goed.” Niet echt de reactie waar je op zit te wachten.

Maar goed, ook herstel schijnt langer te duren als je ouder wordt, kwam ik achter. Maar vandaag was het dan eindelijk zo ver. Want laten we wel zijn, voetbal speel je op echt gras. Dus voor de beker tegen Groninger Boys. En starten in de basis. Aangegeven, maximaal een helftje. En dat lukte. Natuurlijk lukte niet alles en baalde ik van alles wat er mis ging, maar heel eerlijk gebeurde dat zelfs in mijn hoogtijdagen, die ook niet heel hoog waren. Dus dat ben ik wel gewend. Laat ik het zo zeggen, ik heb het altijd van mijn inzet moeten hebben en dat vind ik ook alleen maar prima. Wat het is zo'n mooi spelletje, maar ook het samen als team op het veld staan kan toch maar door weinig overtroffen worden. En noodgedwongen kwam bij dat helftje nog zo'n dikke twintig minuten bovenop, aangezien, laat ik het zo maar zeggen, niet de enige ben die ouder wordt en waarvan de blessuregevoeligheid toeneemt.

Maar na vandaag na de eerste wedstrijd op het echte gras durf ik het voor het eerst sinds drie jaar weer eens volmondig te zeggen:

IK BEN VOETBALLER!

HV